wie zijn wij

wat doen wij

help mee

nieuws

Volg ons:

Twitter Facebook Contact

STATUTENWIJZIGING STICHTING BAALAK

Op tien december tweeduizend negen verscheen voor mij, mr. Johan Willem Wijsman, notaris te 's-Gravenhage:
Mevrouw Adriana Clasina Hofland, geboren te ’s-Gravenhage op zevenentwintig juli negentienhonderd zesenzestig, werkzaam ten kantore van mij, notaris, Statenplein 3, 2582 EW ’s-Gravenhage, te dezen handelende als gevolmachtigde van:
Mevrouw Janine Rosalind Melai geboren te Leiden op zeventien april negentienhonderd vierenvijftig, ongehuwd en geen geregistreerd partner, wonende te 2313 PN Leiden, Verdamstraat 56

Van de volmacht blijkt uit een onderhandse akte die aan deze akte zal worden gehecht.
De comparante verklaarde:
Door het bestuur van de stichting: Stichting Baalak, statutair gevestigd te Leiden, kantoorhoudende te Leiden, Verdamstraat 56, postcode 2313 PN, ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel en Fabrieken onder nummer 28077978, is besloten tot wijziging van de statuten van de stichting. Van het besluit blijkt uit een aan deze akte te hechten stuk.
De statuten worden gewijzigd in die zin, dat zij komen te luiden als volgt:

NAAM EN ZETEL

Artikel 1.

    1. De stichting draagt de naam: Stichting Baalak.
    2. Zij heeft haar zetel in de gemeente Leiden.

DOEL

Artikel 2.

    1. De stichting heeft ten doel het bieden van ontwikkeling en ondersteuning aan werkende kinderen in Nepal zonder afbreuk te doen aan de culturele tradities van het land, in het bijzonder door het terugdringen van de kinderarbeid op een manier, die past binnen de Nepalese sociale en economische ontwikkeling, alles in de ruimste zin van het woord.
    2. Het vermogen van de stichting wordt gevormd door:
      a. schenkingen, erfstellingen en legaten;
      b. rente;
      c. bijdragen van derden;
      d. subsidies; en
      e. andere inkomsten.

BESTUUR

Artikel 3.

    1. Het bestuur van de stichting bestaat uit minimaal vijf natuurlijke personen.
    2. Het bestuur stelt het aantal bestuursleden vast.
    3.
      a. Binnen het bestuur mogen geen nauwe familie- of vergelijkbare relaties bestaan, waaronder begrepen - maar niet beperkt tot - huwelijk, geregistreerd partnerschap, ongehuwd samenwonen en bloed- of aanverwantschap tot in de derde graad. Een relatie als hier bedoeld is een grond voor ontslag.
      b. Elk van de desbetreffende bestuursleden dient het bestuur van het bestaan van een relatie als hier bedoeld onverwijld op de hoogte te stellen. Het bestuur informeert hieromtrent op de eerst mogelijke vergadering ieder van haar leden en doet hierbij zonodig het voorstel tot ontslag van een of meer van de desbetreffende bestuursleden ten einde de in dit artikel bedoelde onverenigbaarheid op te heffen.
    4.
      a. Met het bestuurslidmaatschap is onverenigbaar de hoedanigheid van bestuurder, oprichter, aandeelhouder, toezichthouder of werknemer van:
      - een entiteit waaraan de stichting de door haar ingezamelde gelden middellijk of onmiddellijk, geheel of gedeeltelijk afstaat;
      - een entiteit waarmee de instelling op structurele wijze op geld waardeerbare rechtshandelingen verricht.
      Met een entiteit zoals bedoeld in dit lid wordt gelijkgesteld een rechtspersoon of entiteit die statutair – direct of indirect – met de stichting is verbonden. Een relatie als bedoeld in dit lid is een grond voor ontslag.
      b. Het sub a bepaalde geldt niet ten aanzien van een entiteit of daaraan statutair - direct of indirect - verbonden entiteit waaraan de stichting conform haar statutaire doelstelling gelden afstaat (de "ontvangende entiteit"), met dien verstande dat:
      - de invloed van een ontvangende entiteit op de benoeming en voordracht tot benoeming van het bestuur van de fondsenwervende instelling is toegestaan tot ten hoogste een derde van het aantal bestuursleden;
      - niet meer dan een derde van het aantal bestuursleden mag bestaan uit de onder a van dit lid genoemde personen.
      De hier bedoelde bestuursleden mogen de stichting niet zelfstandig - bijvoorbeeld krachtens volmacht of in het geval zij in verband met ontstentenis of een of meerdere vacatures enig bestuurslid zijn - vertegenwoordigen.
      c. Het in dit lid sub a en b bepaalde geldt niet indien en voor zover ten aanzien van de stichting en de bedoelde entiteit sprake is van consolidatie zoals bedoeld in artikel 650.108 van de Richtlijn Verslaggeving Fondsenwervende Instellingen.
      d. Een bestuurslid ten aanzien waarvan zich een onverenigbaarheid als bedoeld in dit artikel voordoet, dient het bestuur hiervan onverwijld op de hoogte te stellen. Het bestuur informeert hieromtrent op de eerst mogelijke vergadering ieder van haar leden.
    5. Het bestuur verdeelt zijn taken onderling en benoemt uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en een penningmeester. Verschillende functies kunnen in één persoon zijn verenigd.
    6. Indien het aantal bestuursleden is gedaald tot onder het in lid 1 van dit artikel vermelde minimumaantal, blijft het bestuur bevoegd.
    7. De bestuursleden ontvangen als zodanig geen bezoldiging, middellijk noch onmiddellijk. Onder bezoldiging wordt niet verstaan een redelijke vergoeding voor de ten behoeve van de stichting gemaakte kosten.
    Alle aan de bestuursleden betaalde vergoedingen worden als zodanig in de jaarrekening opgenomen en toegelicht.

BENOEMING TOT LID VAN HET BESTUUR EN EINDE VAN HET LIDMAATSCHAP

Artikel 4.

    1. De bestuursleden worden door het bestuur benoemd.
    2. De bestuursleden worden benoemd voor een periode van ten hoogste vijf jaar. De leden van het bestuur treden af volgens een door het bestuur op te stellen rooster van aftreden. Bestuursleden kunnen na hun aftreden een maal worden herbenoemd voor een periode van ten hoogste vijf jaren.
    3. Elk lid van het bestuur kan te allen tijde als zodanig worden geschorst of ontslagen bij een besluit van het bestuur genomen met een meerderheid van twee/derde van de geldig uitgebrachte stemmen in een vergadering die daartoe speciaal is bijeengeroepen.
    4. Het lidmaatschap van een bestuurder eindigt voorts:
      a. door zijn overlijden;
      b. door het verlies van het vrije beheer over zijn vermogen;
      c. door zijn aftreden (al dan niet volgens het hiervoor gemelde rooster van aftreden);
      d. door ontslag op grond van artikel 2:298 Burgerlijk Wetboek.
    5. Indien een bestuurslid als zodanig defungeert is het bestuur verplicht onverwijld in de vacature te voorzien, danwel te besluiten, met inachtneming van het in lid 1 van dit artikel bepaalde minimum, dat het aantal bestuursleden wordt verminderd.
    6. Bij ontstentenis of belet van één of meer bestuursleden nemen de overblijvende leden, of neemt het overblijvende lid het gehele bestuur waar.
    Bij ontstentenis of belet van het enige lid of van alle bestuursleden wordt dit waargenomen door een, jaarlijks door het bestuur te benoemen persoon; deze persoon wordt als bestuurder benoemd onder de opschortende voorwaarde van ontstentenis of belet van alle andere bestuurders.

BEVOEGDHEDEN VAN HET BESTUUR EN VERTEGENWOORDIGING

Artikel 5.

    1. Het bestuur is belast met het besturen van de stichting.
    2. Het bestuur is bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt, of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt.
    3. Erfstellingen mogen slechts onder het voorrecht van boedelbeschrijving worden aanvaard.
    4. De stichting wordt vertegenwoordigd door het bestuur danwel door twee bestuursleden tezamen.
    5. In alle gevallen waarin de stichting een tegenstrijdig belang heeft met een bestuurslid dient het desbetreffende lid dit te melden aan het bestuur. Het desbetreffende bestuurslid dient zich van de beraadslaging ter zake te onthouden.
    Dit bestuurslid komt bij besluitvorming ter zake van de desbetreffende aangelegenheid geen stemrecht toe en de aanwezigheid van dit lid telt niet mee ter bepaling of het vereiste quorum voor besluitvorming is behaald.
    6. In alle gevallen waarin de stichting een tegenstrijdig belang heeft met een of meer leden van het bestuur kan de stichting slechts worden vertegenwoordigd door de gezamenlijke overige bestuursleden, met dien verstande dat degenen ten aanzien van wie het tegenstrijdig belang met de stichting bestaat, niet bevoegd zijn of gemachtigd kunnen worden namens de stichting de desbetreffende handelingen te verrichten.

VERGADERINGEN VAN HET BESTUUR

Artikel 6.

    1. Het bestuur vergadert zo dikwijls de voorzitter of twee bestuursleden het nodig acht(en). De oproepingen tot de vergaderingen geschieden door de secretaris met inachtneming van een termijn van ten minste zeven (7) dagen, die van de oproeping en van de vergadering daaronder niet begrepen. In spoedeisende gevallen kan met een kortere termijn worden volstaan, zulks ter beoordeling van de voorzitter.
    Een oproepingsbrief vermeldt, behalve plaats en tijdstip van de vergadering, de te behandelen onderwerpen.
    Indien de secretaris aan een oproepingsverzoek geen gevolg geeft in dier voege dat de vergadering wordt opgeroepen binnen twee weken na het verzoek, is/zijn de verzoeker(s) bevoegd zelf een vergadering bijeen te roepen, met inachtneming van de vereiste formaliteiten.
    2. De voorzitter leidt de vergaderingen van het bestuur.
    Indien de voorzitter niet aanwezig is voorziet het bestuur zelf in zijn leiding.
    3. Het bestuur vergadert in elk geval éénmaal per jaar, en wel binnen zes maanden na afloop van het boekjaar, in welke vergadering de jaarrekening wordt vastgesteld. Deze vergadering is de jaarvergadering.
    4. Iedere bestuurder heeft het recht tot het uitbrengen van één stem.
    Tenzij in deze statuten een grotere meerderheid is voorgeschreven besluit het bestuur met meerderheid van de uitgebrachte stemmen.
    5. Het bestuur kan alleen dan geldige besluiten nemen indien meer dan de helft van de bestuursleden in persoon aanwezig zijn.
    Een bestuurslid kan zich ter vergadering niet laten vertegenwoordigen.
    6. Indien voor de stemming over enig besluit is voorgeschreven dat een groter minimum aantal bestuursleden dan in het vorige lid gemeld verplicht aanwezig is en de desbetreffende vergadering wegens het aantal aanwezige bestuursleden geen rechtsgeldig besluit kan nemen, zal over hetzelfde onderwerp rechtsgeldig kunnen worden besloten in een volgende vergadering ongeacht het daar aanwezige aantal bestuursleden, mits meer dan de helft van de bestuursleden in persoon aanwezig zijn en mits die vergadering wordt gehouden niet eerder dan twee doch binnen zes weken na de vergadering waarin niet kon worden besloten en mits besluitvorming plaatsvindt met de voor dat besluit vereiste meerderheid van stemmen.
    Bij de oproeping tot de tweede vergadering moet worden vermeld dat en waarom een besluit kan worden genomen ongeacht het aantal aanwezige bestuurders.
    7.
      a. Stemmingen geschieden mondeling, tenzij één van de bestuursleden schriftelijke stemming verlangt, in welk geval de stemming bij ongetekende gesloten briefjes geschiedt.
      b. Indien bij een stemming over de benoeming van een nieuw bestuurslid of over de verdeling van de bestuursfuncties tussen de bestuursleden, geen van de voorgestelde personen de meerderheid behaalt, zal een tweede vrije stemming worden gehouden.
      c. Indien in de tweede stemming wederom niemand de meerderheid heeft verkregen, vindt herstemming plaats tussen de twee personen die in de tweede vrije stemming de meeste stemmen op zich verenigden.
      Indien in de tweede vrije stemming meer dan twee personen een gelijk grootste aantal stemmen op zich verenigden, of indien meer personen door een gelijk aantal stemmen op de tweede plaats voor herstemming in aanmerking zouden komen, wordt tussen dezen vooraf gestemd ter bepaling wie van hen voor herstemming in aanmerking komt.
      Indien de uitslag van deze laatste stemming wederom geen uitsluitsel geeft, beslist het lot wie voor herstemming in aanmerking komt.
      Indien bij de herstemming de stemmen staken beslist het lot.
      d. Bij staking van de stemmen over andere dan de hierboven onder b en c bedoelde zaken, wordt binnen twee weken een nieuwe vergadering bijeengeroepen; indien de stemmen dan opnieuw staken, is het voorstel verworpen.
    8. Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht. Zij tellen wel mee ter bepaling van enig quorum.
    9. In alle geschillen omtrent stemmingen, waarin de statuten niet voorzien, beslist de voorzitter.
    10. Zijn alle bestuursleden aanwezig dan kunnen rechtsgeldige besluiten worden genomen ook al zijn de formaliteiten voor oproeping niet in acht genomen mits dergelijke besluiten worden genomen met algemene stemmen.
    11. Van het verhandelde in de vergaderingen worden notulen gehouden, welke in de eerstvolgende vergadering door het bestuur worden vastgesteld en door de voorzitter van de vergadering, alsmede door degene die de notulen gehouden heeft, worden ondertekend. In of bij de notulen wordt tevens vermeld welke bestuursleden op de vergadering aanwezig zijn geweest.
    12. Het bestuur kan ook buiten vergadering besluiten nemen mits de zienswijze van de bestuursleden per communicatiemiddel dat schriftelijk bewijs produceert, wordt ingewonnen en geen van de bestuursleden zich daartegen verzet en een dergelijk besluit met algemene stemmen wordt genomen.
    Van een op deze wijze genomen besluit wordt door de secretaris schriftelijk verslag gedaan, hetwelk op de eerst volgende vergadering van het bestuur wordt vastgesteld en, onder toevoeging van de stukken als in de eerste zin van dit lid bedoeld, bij de notulen van die vergadering wordt bewaard.

JAARREKENING

Artikel 7.

    1. Het boekjaar van de stichting is gelijk aan het kalenderjaar.
    2. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting en van alles betreffende de werkzaamheden van de stichting, naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat daaruit te allen tijde de rechten en verplichtingen van de stichting kunnen worden gekend.
    3. De boeken worden na afloop van elk jaar afgesloten; de penningmeester maakt daaruit binnen vijf maanden na afloop van het boekjaar de jaarrekening op.
    4. De jaarrekening wordt onderzocht door een door het bestuur aangewezen registeraccountant, accountant-administratieconsulent dan wel een andere deskundige in de zin van artikel 2:393 Burgerlijk Wetboek. Deze deskundige brengt omtrent zijn onderzoek verslag uit aan het bestuur en geeft de uitslag van zijn onderzoek weer in een verklaring omtrent de getrouwheid van de hiervoor bedoelde stukken.
    5. Het bestuur stelt de jaarrekening vast.
    6. Het bestuur is verplicht de in de voorgaande leden bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers gedurende zeven jaren te bewaren.

REGLEMENT

Artikel 8.

    1. Het bestuur is bevoegd een reglement vast te stellen, waarin die onderwerpen worden geregeld, die naar het oordeel van het bestuur (nadere) regeling behoeven.
    2. Het reglement mag niet met de wet of deze statuten in strijd zijn.
    3. Het bestuur is bevoegd het reglement te wijzigen of te beëindigen.
    4. Op de vaststelling, wijziging en beëindiging van het reglement is het bepaalde in artikel 9 lid 3 van toepassing.

STATUTENWIJZIGING

Artikel 9.

    1. Deze statuten kunnen slechts worden gewijzigd door een besluit van het bestuur.
    2. Daartoe wordt bij de oproep voor de vergadering de voorgestelde statutenwijziging woordelijk vermeld.
    3. Een besluit tot wijziging van de statuten kan alleen worden genomen met een meerderheid van ten minste drie/vierde van de uitgebrachte stemmen, in een vergadering waarin ten minste drie/vierde van het aantal bestuursleden in persoon aanwezig is.
    4. Wijzigingen van de statuten treden niet eerder in werking dan nadat zij bij notariële akte zijn geconstateerd. Tot ondertekening van die akte is ieder bestuurslid zelfstandig bevoegd.
    5. Het in dit artikel bepaalde met betrekking tot een besluit tot statutenwijziging is van overeenkomstige toepassing op een besluit tot juridische fusie of -splitsing.
    6. Het voorstel tot juridische fusie of -splitsing op basis waarvan tot fusie respectievelijk splitsing wordt besloten, dient er in te voorzien dat de statuten van de verkrijgende rechtspersoon zoals zij na de juridische fusie of –splitsing zullen luiden, bepalen dat het vermogen dat de verkrijgende rechtspersoon als gevolg van de bedoelde fusie respectievelijk splitsing zal verkrijgen alsmede de vruchten daarvan, slechts met toestemming van de rechter anders mogen worden besteed dan vóór de fusie respectievelijk splitsing het geval was.

ONTBINDING

Artikel 10.

    1. Het bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden.
    2. Op het daartoe te nemen besluit is het bepaalde ten aanzien van de wijziging van de statuten overeenkomstig van toepassing.
    3. De stichting blijft na haar ontbinding voortbestaan, voorzover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is.
    4. De vereffening geschiedt door het bestuur.
    5. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht.
    6. Een batig saldo dat resteert na liquidatie en vereffening van het vermogen van de ontbonden stichting moet ter beslissing van de vereffenaars worden bestemd ten bate van een doel dat met het doel van de ontbonden stichting in overeenstemming is dan wel worden overgedragen aan een door de Inspecteur Registratie en Successie als algemeen nut beogende instelling gerangschikte rechtspersoon.
    7. Na afloop van de vereffening blijven de boeken en bescheiden van de ontbonden stichting gedurende zeven jaar berusten onder de jongste vereffenaar dan wel onder een door de vereffenaars aan te wijzen derde.

SLOTARTIKEL

Artikel 11

    1. In alle gevallen, waarin zowel de wet als deze statuten niet voorzien, beslist het bestuur.
    2. Onder schriftelijk wordt in deze statuten verstaan elk via de gangbare communicatiekanalen overgebracht bericht, waarvan uit geschrift blijkt.

SLOT

De identiteit van de verschenen persoon, mij, notaris, bekend, is door mij vastgesteld aan de hand van zijn identiteitsbewijs.
Waarvan akte is verleden te 's-Gravenhage op de datum als in het hoofd van deze akte vermeld. Na zakelijke opgave van de inhoud van deze akte aan de verschenen persoon en een toelichting daarop, heeft deze verklaard van de inhoud van deze akte te hebben kennisgenomen en op volledige voorlezing daarvan geen prijs te stellen. Vervolgens is deze akte, na beperkte voorlezing, door de verschenen persoon en mij, notaris, ondertekend.

<< terug